Hebt u zich ooit afgevraagd welke luchtvaartmaatschappijen van buiten de Europese Unie (EU) naar EU-luchthavens mogen vliegen? En aan welke normen zij moeten voldoen om in Europa te kunnen opereren? Dit is een van de gebieden waar EASA zich mee bezighoudt – ervoor zorgen dat de luchtvaartmaatschappijen die hier vliegen, veilige diensten bieden aan Europese burgers.
Luchtvaartmaatschappijen uit de EU moeten voldoen aan de hoogste veiligheidsnormen die zijn vastgelegd in de veiligheidsvoorschriften van de EU. Luchtvaartmaatschappijen van buiten de EU die toestemming hebben om vluchten naar, binnen of vanuit Europa uit te voeren, kunnen niet worden verplicht te voldoen aan de EU-normen, maar moeten wel aantonen dat ze voldoen aan de toepasselijke internationale normen die zijn vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). EASA voert inspecties uit in alle lidstaten van de Europese Unie en controleert ook de veiligheid van niet-Europese luchtvaartmaatschappijen die in Europa willen opereren om ervoor te zorgen dat u er veilig mee kunt vliegen.
Deze “buitenlandse” luchtvaartmaatschappijen worden door EASA aangeduid als “exploitanten uit derde landen”. Zij moeten beschikken over een door het Agentschap afgegeven vergunning voor exploitanten uit derde landen om commercieel te vliegen naar, binnen of vanuit een van de lidstaten van EASA (de 27 landen van de Europese Unie en de 4 EVA-landen: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland). Exploitanten uit derde landen hebben een dergelijke vergunning niet nodig, als zij alleen over deze gebieden heen vliegen zonder er te willen landen.
Deze centraal verleende vergunning maakt het voor deze exploitanten gemakkelijker, omdat zij niet in elke afzonderlijke EASA-lidstaat een vergunning hoeven aan te vragen. Daarnaast garandeert de vergunning gemeenschappelijke veiligheidsnormen voor alle EASA-lidstaten.
Er zijn enkele EU-gebieden waar een exploitant uit een derde land kan vliegen zonder vergunning voor exploitanten uit derde landen. Hier blijft de vergunning onder de verantwoordelijkheid van de lokale autoriteit of de nationale luchtvaartautoriteit van een EU-lidstaat vallen. Dit is het geval voor gebieden waar EU-verordeningen niet van toepassing zijn in overeenstemming met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
EU-gebieden waar een EASA-vergunning voor exploitanten uit derde landen nodig is: Åland, Azoren, Madeira, Canarische Eilanden, Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Réunion, Saint-Martin, Mayotte.
EU-gebieden waar geen EASA-vergunning voor exploitanten uit derde landen nodig is: Groenland en Faeröer, Frans-Polynesië, Franse Zuidelijke en Zuidpoolgebieden, Nieuw-Caledonië en onderhorigheden, Wallis en Futuna, Saint-Pierre en Miquelon, Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Saint-Barthélemy, Sint Eustatius, Sint-Maarten (deel van het eiland dat deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden).
Sommige vluchten zijn vrijgesteld van een vergunning voor exploitanten uit derde landen
De volgende typen vluchten naar of vanuit EASA-lidstaten kunnen na kennisgeving aan EASA worden uitgevoerd, zonder dat de exploitant in het bezit is van een vergunning voor exploitanten uit derde landen:
- vluchten die worden uitgevoerd in het algemeen belang en voorzien in een dringende behoefte, zoals humanitaire missies en hulpoperaties bij rampen; en
- ambulancevluchten die worden uitgevoerd om zieke of gewonde patiënten tussen zorginstellingen te verplaatsen of medische zorg aan patiënten te verlenen.
Hoe zorgt EASA ervoor dat deze exploitanten uit derde landen veilig zijn?
EASA hanteert een risicogebaseerde aanpak voor beoordelingen van exploitanten uit derde landen, die gebaseerd is op een doorlopende analyse van geloofwaardige veiligheidsgegevens. Het niveau van de beoordeling die wordt uitgevoerd hangt af van verschillende factoren.
Wanneer EASA groot vertrouwen heeft in de veiligheidsprestaties van een buitenlandse exploitant, die worden gestaafd door een grote hoeveelheid geloofwaardige veiligheidsgegevens van de exploitant en het land van certificering, is slechts een beperkte beoordeling nodig.
Wanneer EASA echter minder vertrouwen heeft in de veiligheidsprestaties van een buitenlandse exploitant of er slechts weinig geloofwaardige gegevens van de exploitant of het land van certificering van de exploitant beschikbaar zijn, is een veel uitgebreidere beoordeling vereist.
Wanneer een grondigere beoordeling nodig is, moet de exploitant aanvullende documenten, bestanden en gegevens overleggen. Indien nodig nodigt EASA exploitanten uit voor technische bijeenkomsten op het hoofdkantoor van EASA in Keulen of voert EASA beoordelingen ter plaatse uit op het hoofdkantoor van de exploitant.
Zodra de beoordeling met succes is afgerond, valideert EASA het buitenlandse bewijs luchtvaartexploitant door een EASA-vergunning voor exploitanten uit derde landen af te geven, vergezeld van “technische specificaties” met daarin de reikwijdte van de vluchtactiviteiten die deze exploitant op grond van de vergunning voor exploitanten uit derde landen mag uitvoeren.
De veiligheidsprestaties van alle houders van een vergunning voor exploitanten uit derde landen worden voortdurend gemonitord, onder meer door middel van periodieke beoordelingen door EASA die elke 12 tot 48 maanden plaatsvinden. Hoe vaak deze beoordelingen worden uitgevoerd, hangt af van de risico’s en met name van het aantal EU-burgers dat de exploitant vervoert en de grootte van de vliegtuigen.
Wanneer er belangrijke gevallen van niet-naleving van internationale normen zijn vastgesteld of wanneer er verifieerbare aanwijzingen zijn dat de bevoegde autoriteit van een exploitant niet in staat is adequaat toezicht uit te oefenen, kan EASA besluiten de vergunning voor een exploitant uit een derde land te beperken, op te schorten of in te trekken. Beschikt een buitenlandse exploitant niet over een dergelijke geldige vergunning, dan mogen EU-lidstaten hem geen inreisvergunning verlenen.
De lijst van exploitanten uit derde landen wordt dagelijks bijgewerkt.
Platforminspecties en exploitanten uit derde landen
Exploitanten uit derde landen worden onderworpen aan platforminspecties in het kader van het EU-platforminspectieprogramma – doorgaans SAFA-inspecties (Safety Assessment of Foreign Aircraft, veiligheidsbeoordeling van buitenlandse luchtvaartuigen) genoemd. Naast de EASA-lidstaten nemen nog twintig andere landen van alle continenten deel aan het platforminspectieprogramma van de EU.
(Luchthaven)platform verwijst naar het feit dat deze inspecties worden uitgevoerd op het platform onmiddellijk na aankomst en/of net voor vertrek van een luchtvaartuig. De inspectie kan de bewijzen van bevoegdheid van piloten, procedures en handleidingen in de cockpit, de naleving van deze procedures door het cockpit- en cabinepersoneel, de veiligheidsvoorzieningen in cockpit en cabine, de in het luchtvaartuig vervoerde vracht en de technische staat van het vliegtuig controleren.
EASA is verantwoordelijk voor de coördinatie van het platforminspectieprogramma van de EU en inspecteert ook de deelnemende landen om een gestandaardiseerde uitvoering van het programma te waarborgen. De platforminspecties zelf worden uitgevoerd door gemachtigde platforminspecteurs van de nationale luchtvaartautoriteiten in de deelnemende landen.
In geval van significante niet-naleving van de veiligheidsvoorschriften wordt contact opgenomen met de exploitant en de bevoegde luchtvaartautoriteit (land van de exploitant of land van registratie) om de nodige corrigerende maatregelen te nemen. In uitzonderlijke gevallen zijn platforminspecteurs gemachtigd om een luchtvaartuig aan de grond te houden, bijvoorbeeld wanneer in het belang van de vliegveiligheid een onmiddellijke reparatie moet worden uitgevoerd. Alle gegevens uit de verslagen worden gedeeld en gecentraliseerd in een gegevensbank die door EASA is opgezet en wordt beheerd.
De resultaten van het SAFA-programma zijn een belangrijke parameter voor de risicogebaseerde monitoring van exploitanten uit derde landen en worden regelmatig gedeeld met de Europese Commissie als input voor het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart.
Meer informatie over platforminspecties vindt u op EASA Pro (alleen in het Engels).
Europese zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen
Mogelijk hebt u gehoord dat sommige luchtvaartmaatschappijen niet mogen vliegen in Europa, dat wil zeggen: ze zijn op de EU-lijst van luchtvaartmaatschappijen met een exploitatieverbod geplaatst. Deze lijst valt niet onder de verantwoordelijkheid van EASA, maar wordt beheerd door de Europese Commissie (DG Move).
Op de lijst van luchtvaartmaatschappijen met een exploitatieverbod in de EU staan commerciële luchtvaartmaatschappijen (passagiers en vracht) die ofwel niet voldoen aan internationale veiligheidsnormen, ofwel gecertificeerd zijn in landen waar de bevoegde autoriteiten niet over certificeringsnormen beschikken en/of onvoldoende toezicht houden. Luchtvaartmaatschappijen die op de lijst staan, mogen geen vluchten naar, binnen en vanuit de EU uitvoeren, ook niet als zij alleen overvliegen. Ook luchtvaartmaatschappijen die niet naar de EU vliegen, kunnen op deze lijst worden geplaatst om burgers die buiten de EU reizen, te beschermen tegen bestaande veiligheidsproblemen.
Bij het opstellen van de lijst wordt de Commissie bijgestaan door het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart, dat bestaat uit deskundigen op het gebied van luchtvaartveiligheid uit alle EU-lidstaten. Het Comité wordt voorgezeten door de Europese Commissie, en alle EU-lidstaten en EASA zijn verplicht informatie te verstrekken die relevant kan zijn voor het bijwerken van de lijst voor de Europese Commissie. De resultaten van de vergunningsprocedure voor derde landen van EASA en van de platforminspecties zijn belangrijke elementen voor de lijst van luchtvaartmaatschappijen met een exploitatieverbod in de EU.
Bekijk de volledige lijst: De lijst van luchtvaartmaatschappijen met een exploitatieverbod in de EU – Europese Commissie
Het vergunningsproces voor exploitanten uit derde landen en de lijst van luchtvaartmaatschappijen met een exploitatieverbod in de EU
EASA en de Europese Commissie onderhouden een voortdurende dialoog om ervoor te zorgen dat het mechanisme van de lijst van luchtvaartmaatschappijen met een exploitatieverbod in de EU en het vergunningsproces voor exploitanten uit derde landen te allen tijde consistent en op elkaar afgestemd blijven. In voorkomend geval voeren EASA en de Europese Commissie gezamenlijke missies uit om de naleving van de toepasselijke veiligheidsnormen en de doeltreffendheid van het uitgevoerde toezicht door de autoriteiten te beoordelen.
EASA kan onafhankelijk van de Europese lijst van verboden luchtvaartmaatschappijen handhavingsmaatregelen nemen tegen houders van een exploitatievergunning uit derde landen. EASA mag echter geen exploitatievergunning voor derde landen afgeven aan een exploitant die momenteel op de zwarte EU-lijst staat.
Blijf op de hoogte van de activiteiten van EASA om de luchtvaart veilig te maken
Bekijk andere artikelen op EASA Light en meld u aan om op de hoogte te blijven wanneer er nieuwe artikelen verschijnen!